1.
’k Spoed mij als vreemdeling op deze aarde
vol van geloof naar de hemelse stad.
Blij snel ik voort, ja ook bij tegenslagen,
’k word met mijn Jezus niet moe en niet mat.
vol van geloof naar de hemelse stad.
Blij snel ik voort, ja ook bij tegenslagen,
’k word met mijn Jezus niet moe en niet mat.
2.
Wie altijd trouw in het licht willen wand’len,
kennen de reiniging in Jezus’ bloed,
hebben gemeenschap in ’t licht met elkander
en openbaring, zo helder en goed!
kennen de reiniging in Jezus’ bloed,
hebben gemeenschap in ’t licht met elkander
en openbaring, zo helder en goed!
3.
Wij gaan zijn wegen dan steeds meer begrijpen,
want wij verwerven zijn heerlijke deugd,
wij krijgen deel aan zijn heerlijke schatten
en aan zijn hemelse vrede en vreugd.
want wij verwerven zijn heerlijke deugd,
wij krijgen deel aan zijn heerlijke schatten
en aan zijn hemelse vrede en vreugd.
4.
Al wie bereid is naar ’t vlees hier te lijden,
wordt vrij van zonde, het doel wordt bereikt.
Maar wie de strijd niet als Jezus wil strijden,
wordt nooit zijn Meester in alles gelijk.
wordt vrij van zonde, het doel wordt bereikt.
Maar wie de strijd niet als Jezus wil strijden,
wordt nooit zijn Meester in alles gelijk.
5.
Laten wij denken aan Jezus; Hij wilde
zelf heel de weg van vernedering gaan,
bad niet: “Verlos Mij toch uit deze ure!
” maar zei: “Mijn Vader, verheerlijk uw naam!”
zelf heel de weg van vernedering gaan,
bad niet: “Verlos Mij toch uit deze ure!
” maar zei: “Mijn Vader, verheerlijk uw naam!”
6.
“In heel de boekrol staat van Mij geschreven;
Vader, U hebt Mij een lichaam bereid!”
Zo sprak Hij, zonder zich ooit te onttrekken:
“Uw wil te doen is mijn spijze altijd!”
Vader, U hebt Mij een lichaam bereid!”
Zo sprak Hij, zonder zich ooit te onttrekken:
“Uw wil te doen is mijn spijze altijd!”