295

Hij die ons in Christus heeft verkoren

1.
Hij die ons in Christus heeft verkoren
voor de grondlegging zelfs van de aard,
die zijn stem vol liefde ons deed horen,
trouwer dan een vader ons bewaart.
Ja, de liefde doet zijn harte branden
om steeds goed te doen aan u en mij.
Als u alles legt in ’s Heren handen,
dan maakt Hij geest, ziel en lichaam vrij.
2.
Die de waat’ren meet en hoog verheven
aard en hemel, ja, ’t heelal regeert,
grote plannen heeft Hij met ons leven,
die naijv’rig onze geest begeert.
Wie van d’ aardse leegheid zich wil keren,
wordt tot lof van zijne heerlijkheid.
Legt u alles in de hand des Heren,
dan wordt u door God zelf toebereid!
3.
Wie op ’t woord Hem neemt, zal zalig heten.
Ja, beproef Mij toch, spreekt Hij ook nu.
Mocht een moeder ooit haar kind vergeten,
nooit vergeet Gods teed’re liefde u.
En een ieder die zijn nood leert kennen
hoort het scheppingswoord van God: “Er zij…!”
Als u alles legt in ’s Heren handen,
komt een stroom van rijke zegen vrij!
4.
Zo wil God ons zielerust bereiden:
diepe vrede achter dood en graf.
In zijn goede hand zijn al mijn tijden,
alle zorgen vallen van mij af.
Als g’ uw hart nu aan Hem wilt verpanden,
wordt uw vree zo diep als een rivier.
Als u alles legt in ’s Heren handen,
dan stilt Hij uw diepst verlangen hier.
Geschreven door Laurentze Mørch (gepubliceerd in 1937)Tekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ F