1.
Laat mij zitten aan uw voeten,
waar ik leren kan altijd
mijn begeerten te ontvluchten,
jagen naar meer heiligheid.
Laat mij zitten aan uw voeten,
dat mijn leven meer en meer
U gewijd wordt en geheiligd!
’k Ben uw eigendom, o Heer.
waar ik leren kan altijd
mijn begeerten te ontvluchten,
jagen naar meer heiligheid.
Laat mij zitten aan uw voeten,
dat mijn leven meer en meer
U gewijd wordt en geheiligd!
’k Ben uw eigendom, o Heer.
2.
Laat mij zitten aan uw voeten!
Ik ervaar mijn zwakheid zeer;
maar genoeg is m’ uw genade,
U bent al mijn kracht, o Heer.
Laat mij zitten aan uw voeten,
daar is al mijn dorst voorbij;
met een stroom van levend water
uit uw hart verkwikt U mij.
Ik ervaar mijn zwakheid zeer;
maar genoeg is m’ uw genade,
U bent al mijn kracht, o Heer.
Laat mij zitten aan uw voeten,
daar is al mijn dorst voorbij;
met een stroom van levend water
uit uw hart verkwikt U mij.
3.
Laat mij zitten aan uw voeten
als de satan met zijn kracht
mij door leugens wil misleiden,
want zijn spel is sluw doordacht.
Laat mij zitten aan uw voeten,
waar zijn aanval mij niet plaagt.
Als ik stand houd in uw lijden,
dan lijdt hij de nederlaag.
als de satan met zijn kracht
mij door leugens wil misleiden,
want zijn spel is sluw doordacht.
Laat mij zitten aan uw voeten,
waar zijn aanval mij niet plaagt.
Als ik stand houd in uw lijden,
dan lijdt hij de nederlaag.
4.
Laat mij zitten aan uw voeten,
waar ik ware ootmoed leer,
waar ik vreze Gods kan leren,
en uw wijsheid krijg, o Heer.
Laat mij zitten aan uw voeten,
ver van ’t aards rumoer vandaan,
daar waar ik uw stem kan horen.
Zo leer ik uw wil verstaan.
waar ik ware ootmoed leer,
waar ik vreze Gods kan leren,
en uw wijsheid krijg, o Heer.
Laat mij zitten aan uw voeten,
ver van ’t aards rumoer vandaan,
daar waar ik uw stem kan horen.
Zo leer ik uw wil verstaan.
5.
Ja, ’k blijf werk’lijk aan uw voeten,
nu mijn hartsverlangen is
de verlossing van mijn lichaam,
’t zoonschap Gods, de erfenis!
Dank, dat U terug zult komen
en ’k U zien mag, als uw bruid!
Kom, ja kom, o Here Jezus!
Heel mijn hart gaat naar U uit.
nu mijn hartsverlangen is
de verlossing van mijn lichaam,
’t zoonschap Gods, de erfenis!
Dank, dat U terug zult komen
en ’k U zien mag, als uw bruid!
Kom, ja kom, o Here Jezus!
Heel mijn hart gaat naar U uit.