352

Weg met al wat ons wil hind’ren!

1.
Weg met al wat ons wil hind’ren!
In de oven! ’t Moet eraan!
’t Zwaard zal ons geheel doordringen,
tot de bodem moet het gaan.
Ziel en geest worden gescheiden
nu in het beproevingsuur;
laten wij in stilte lijden,
als de Smelter komt met vuur!
2.
Al wat wankelt en kan beven,
kan op Sion niet bestaan.
’t Moet als prooi aan ’t vuur gegeven,
wil je daar als eerst’ling staan.
God wil onze harten keuren,
weegt gedachten, woord en daad.
Hij wil van een ieder merken
dat er reine vrucht ontstaat.
3.
Geesten die rondom ons zweven,
hebben ’t op ons hart voorzien.
Laat ze merken dat we leven,
laat ze er dus nimmer in!
Vrienden en familieleden
voelen zich aan ons verplicht
ons naar ’t vlees te gaan vertroosten;
hou die deur dus stevig dicht!
4.
Trouw wordt bijna niet gevonden,
zeldzamer is het dan goud.
Allen zijn aan eer gebonden,
die de mens gevangen houdt.
Wie zijn blind en doof voor alles,
horen enkel naar Gods stem?
Dat zijn Sions ware helden,
zij zijn vrij, geheel voor Hem.
5.
God vormt nu het gouden Sion,
rein, doorzichtig als kristal.
Zorg dat geen van ons dit bouwwerk
met de aarde mengen zal!
Wie zich door de Geest laat leiden
- heel zijn hart in vuur en vlam -
wordt een vreemde voor de wereld,
en die leert het lied van ’t Lam!
Geschreven door Margit Baltzersen (gepubliceerd in 1937)Gecomponeerd door Ester SkogsrudTekst en melodie © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ F