1.
Geprezen zij de Here Jezus,
Hij heeft een weg door ’t vlees gebaand!
Geen macht kan deze weg versperren,
/: nu kunnen wij die weg ook gaan. :/
Hij heeft een weg door ’t vlees gebaand!
Geen macht kan deze weg versperren,
/: nu kunnen wij die weg ook gaan. :/
2.
Let op de voetstappen van Jezus!
Je treft ze op de kruisweg aan.
Daar laten w’ ons gewillig buigen,
/: daar kan ons ’ik’ de dood ingaan. :/
Je treft ze op de kruisweg aan.
Daar laten w’ ons gewillig buigen,
/: daar kan ons ’ik’ de dood ingaan. :/
3.
Hij was ten dode toe gehoorzaam
en is als eerst’ling opgestaan.
Ook die Hem volgen, zullen zeker
/: verrijzen en ten hemel gaan. :/
en is als eerst’ling opgestaan.
Ook die Hem volgen, zullen zeker
/: verrijzen en ten hemel gaan. :/
4.
Niet om zichzelf te laten dienen
kwam Hij tot ons, de middelaar;
Hij diende zelf, Hij gaf zijn leven
/: als losprijs, als een schuldenaar. :/
kwam Hij tot ons, de middelaar;
Hij diende zelf, Hij gaf zijn leven
/: als losprijs, als een schuldenaar. :/
5.
Als wij ons lijden niet ontwijken,
verkrijgen wij zijn heerlijkheid.
Wie stilstaat, achterom gaat kijken,
/: is niet geschikt voor ’t Koninkrijk. :/
verkrijgen wij zijn heerlijkheid.
Wie stilstaat, achterom gaat kijken,
/: is niet geschikt voor ’t Koninkrijk. :/
6.
Voert onze weg ons door rivieren,
dan overspoelen ze ons niet.
Ook zal het vuur ons niet verteren,
/: de hete vlam verbrandt ons niet. :/
(Jes. 43:2)
dan overspoelen ze ons niet.
Ook zal het vuur ons niet verteren,
/: de hete vlam verbrandt ons niet. :/
(Jes. 43:2)