1.
Komt verzoeking, komt er lijden,
vertrouw op God!
Dat zijn juist verlossingstijden!
Vertrouw op God!
Laat je hart dan op gaan leven,
God heeft je zijn kracht gegeven
en de satan wordt verdreven.
Vertrouw op God!
vertrouw op God!
Dat zijn juist verlossingstijden!
Vertrouw op God!
Laat je hart dan op gaan leven,
God heeft je zijn kracht gegeven
en de satan wordt verdreven.
Vertrouw op God!
2.
Ga je onder druk gebogen?
God is getrouw!
’t Is nauwkeurig afgewogen,
God is getrouw!
Zing vol vreugde van zijn zegen.
Is God vóór je op je wegen,
dan is niets of niemand tegen.
God is getrouw!
God is getrouw!
’t Is nauwkeurig afgewogen,
God is getrouw!
Zing vol vreugde van zijn zegen.
Is God vóór je op je wegen,
dan is niets of niemand tegen.
God is getrouw!
3.
Is de macht van ’t vlees ook merkbaar,
God is je kracht!
Jij wordt meer dan overwinnaar;
God is je kracht!
Om je heen staan legerscharen,
engelen die jou bewaren,
Jezus heeft dat ook ervaren.
God is je kracht!
God is je kracht!
Jij wordt meer dan overwinnaar;
God is je kracht!
Om je heen staan legerscharen,
engelen die jou bewaren,
Jezus heeft dat ook ervaren.
God is je kracht!
4.
God is vol van liefde voor je;
houd vast aan God!
Hij geeft zijn genade aan je;
houd vast aan God!
“Halleluja” aangeheven!
“Eben-Ezer!” staat geschreven:
“Tot hier heeft God hulp gegeven.”
’k Houd vast aan God!
(1 Sam. 7:12)
houd vast aan God!
Hij geeft zijn genade aan je;
houd vast aan God!
“Halleluja” aangeheven!
“Eben-Ezer!” staat geschreven:
“Tot hier heeft God hulp gegeven.”
’k Houd vast aan God!
(1 Sam. 7:12)