101

Heb dank, o Here, dat U ter ere

1.
Heb dank, o Here, dat U ter ere,
wij weer tezamen zijn van wijd en zijd.
/: Geënt als loten zijn wij ontsproten
aan Christus, die ons altijd vreugd bereidt. :/
2.
Dank, God des levens, U hebt ons tevens
door vuur en door genaad’ aaneengesmeed.
/: Als vat ter ere voor onze Here,
zijn wij voor ’t Lichaam steeds tot dienst gereed. :/
3.
Zing nu in koren, laat lied’ren horen
als vele waat’ren: Ere zij Gods Zoon!
/: Zodat Hij blijde, na al zijn lijden,
naast vele and’ren ons ontvangt als loon. :/
4.
Wil machtig sterken wie samen werken
met Woord en lied voor ’t hemels Koninkrijk;
/: maak deze schare tot steunpilaren,
’t beeld van de Meester meer en meer gelijk! :/
5.
O God, wil schenken in al ons denken
en in ons hart uw Geest zo wonderbaar.
/: Wil eenheid geven van zin en streven.
Dat geeft een hechte, blijde broederschaar. :/
Geschreven in 1922 door Johan O. Smith (gepubliceerd in 1929)Tekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ C