1.
Het is waar wat wij hier leren:
wij zijn nu het volk des Heren,
allen die hier van de zonde zijn bevrijd.
Christus’ dood werkt in ons leven,
daarom staan wij ingeschreven
in ons hemels thuis, in Sions heerlijkheid.
wij zijn nu het volk des Heren,
allen die hier van de zonde zijn bevrijd.
Christus’ dood werkt in ons leven,
daarom staan wij ingeschreven
in ons hemels thuis, in Sions heerlijkheid.
Refrein:
Voor de wijzen is ’t verborgen,
’t wordt geopenbaard aan wie zichzelf gering
acht als een kind!
Al het hoge moet gebogen,
alle hoogmoed en de zonde maakt je blind.
’t wordt geopenbaard aan wie zichzelf gering
acht als een kind!
Al het hoge moet gebogen,
alle hoogmoed en de zonde maakt je blind.
2.
Nu wij doen wat staat geschreven,
in ’t geloof gehoorzaam leven,
wordt de tempel en zijn vorm ons toegelicht.
Hun die zich van harte schamen,
en geen trotse taal uitkramen,
wordt verteld hoe ’t huis van God is ingericht.
in ’t geloof gehoorzaam leven,
wordt de tempel en zijn vorm ons toegelicht.
Hun die zich van harte schamen,
en geen trotse taal uitkramen,
wordt verteld hoe ’t huis van God is ingericht.
3.
Eer komt toe aan Sadoks zonen.
Ja, God wil hen rijk belonen
voor de trouw die zij bewezen aan hun God.
Zij slechts hebben zeervolkomen
’s Heren dienst in acht genomen,
toen het volk was afgeweken van ’t gebod.
(Ezech. 44)
Ja, God wil hen rijk belonen
voor de trouw die zij bewezen aan hun God.
Zij slechts hebben zeervolkomen
’s Heren dienst in acht genomen,
toen het volk was afgeweken van ’t gebod.
(Ezech. 44)
4.
Nu ontvangen zij de ere
om als priesters van de Here
vet en bloed te off’ren, in zijn dienst te staan.
Maar die talloze Levieten
die God trouweloos verlieten,
stelt Hij voor de dienst rond de gebouwen aan.
om als priesters van de Here
vet en bloed te off’ren, in zijn dienst te staan.
Maar die talloze Levieten
die God trouweloos verlieten,
stelt Hij voor de dienst rond de gebouwen aan.
5.
Inzicht hebben zij gekregen
recht en onrecht af te wegen,
en geschillen worden naar Gods raad beslecht.
’t Onderzoek is o zo grondig,
’t oordeel geestelijk en bondig.
Aanzien telt bij Sadoks zonen niet in ’t recht.
recht en onrecht af te wegen,
en geschillen worden naar Gods raad beslecht.
’t Onderzoek is o zo grondig,
’t oordeel geestelijk en bondig.
Aanzien telt bij Sadoks zonen niet in ’t recht.
6.
’t Is hun taak het volk te leren
goed te doen en kwaad te weren,
onderscheiden tussen heilig en onrein.
Eervol wordt hun toegemeten
offervlees te mogen eten:
’t allerbeste zal voor deze priesters zijn.
goed te doen en kwaad te weren,
onderscheiden tussen heilig en onrein.
Eervol wordt hun toegemeten
offervlees te mogen eten:
’t allerbeste zal voor deze priesters zijn.
7.
Zij slechts mogen olie plengen,
op Gods altaar offers brengen,
werken in de kamers aan de Noorderzij.
’t Woord der waarheid trouw beheren,
goed de offervork hanteren:
zo wordt onze geest van alle zonde vrij.
op Gods altaar offers brengen,
werken in de kamers aan de Noorderzij.
’t Woord der waarheid trouw beheren,
goed de offervork hanteren:
zo wordt onze geest van alle zonde vrij.
8.
Ja, wij danken God de Vader!
’t Einde komt nu spoedig nader;
dit maakt Hij door openbaring ons bewust.
Zacht van hart, in grote vrede,
mogen wij nu nader treden,
en geofferd ingaan in de sabbatsrust.
’t Einde komt nu spoedig nader;
dit maakt Hij door openbaring ons bewust.
Zacht van hart, in grote vrede,
mogen wij nu nader treden,
en geofferd ingaan in de sabbatsrust.