1.
Er laait in ons midden een vuur van omhoog,
het pakt alle matheid nu aan.
Het woedt tegen slapheid van geest, dor en droog,
tot ieder in brand komt te staan.
het pakt alle matheid nu aan.
Het woedt tegen slapheid van geest, dor en droog,
tot ieder in brand komt te staan.
Refrein:
Dus hef nu je handen en zing tot Gods eer!
Hij wekt uit de slaap, uit de schijn.
Belijd heel vrijmoedig je hoop, keer op keer,
om God welgevallig te zijn.
Hij wekt uit de slaap, uit de schijn.
Belijd heel vrijmoedig je hoop, keer op keer,
om God welgevallig te zijn.
2.
De heldere boodschap, zo lang al gebracht,
de krachtige woorden van hoop,
zijn dikwijls door twijfel vervaagd en ontkracht;
dat hinderde ons in de loop.
de krachtige woorden van hoop,
zijn dikwijls door twijfel vervaagd en ontkracht;
dat hinderde ons in de loop.
3.
Neemt aardse bezorgdheid je geest in beslag,
en rooft die je kracht en je tijd,
wees vol dan van ’t Woord en Gods Geest elke dag,
en werp je vol vuur in de strijd!
en rooft die je kracht en je tijd,
wees vol dan van ’t Woord en Gods Geest elke dag,
en werp je vol vuur in de strijd!
4.
Als ’t gonst van geruchten, er veel wordt gezegd,
zorg dat je je oren dan sluit.
De vijand biedt jou een bedrieglijk gerecht;
wees moedig en stuur hem eruit.
zorg dat je je oren dan sluit.
De vijand biedt jou een bedrieglijk gerecht;
wees moedig en stuur hem eruit.