1.
Ga buiten de legerplaats, Jezus na,
die eenzaam daarginds heeft geleden.
Hij vreesde op aarde geen smaad en geen hoon.
Als leeuw en als lam heeft Gods enige Zoon
/: de perskuip alleen daar getreden. :/
die eenzaam daarginds heeft geleden.
Hij vreesde op aarde geen smaad en geen hoon.
Als leeuw en als lam heeft Gods enige Zoon
/: de perskuip alleen daar getreden. :/
2.
De kop van de slang werd vermorzeld daar
waar Jezus zo eenzaam moest strijden.
Daar buiten de legerplaats won Hij de slag.
Het duister verdween: het werd klaarlichte dag:
/: Hij heeft goed en kwaad daar gescheiden! :/
waar Jezus zo eenzaam moest strijden.
Daar buiten de legerplaats won Hij de slag.
Het duister verdween: het werd klaarlichte dag:
/: Hij heeft goed en kwaad daar gescheiden! :/
3.
Bevindt u zich buiten de legerplaats,
dan ziet u d’ ellende daarbinnen:
de hoogmoed en valsheid - getwist en gevlei.
Maar u kunt die vormendienst, huichelarij,
/: aan ’t kruishout met Hem overwinnen. :/
dan ziet u d’ ellende daarbinnen:
de hoogmoed en valsheid - getwist en gevlei.
Maar u kunt die vormendienst, huichelarij,
/: aan ’t kruishout met Hem overwinnen. :/
4.
Van aarde is ’t altaar dat buiten staat;
daar krijgt u de smaad van de Here.
Wij eten van ’t Woord daar, dat leven ons geeft,
de maaltijd die God voor ons aangericht heeft.
/: Hem zij alle macht, dank en ere! :/
daar krijgt u de smaad van de Here.
Wij eten van ’t Woord daar, dat leven ons geeft,
de maaltijd die God voor ons aangericht heeft.
/: Hem zij alle macht, dank en ere! :/
5.
Neem ’t kruis op, ga buiten de legerplaats.
Vrees nimmer voor wat u moet lijden.
Het lichaam aan ’t kruis en de geest God gewijd,
het vlees met zijn eisen verlooch’nend altijd.
/: Vrees niet, u vindt Hem aan uw zijde. :/
Vrees nimmer voor wat u moet lijden.
Het lichaam aan ’t kruis en de geest God gewijd,
het vlees met zijn eisen verlooch’nend altijd.
/: Vrees niet, u vindt Hem aan uw zijde. :/