1.
In ’t uur van nood, in beproevingstijden,
als ’t bloedend hart diep en zwaar moet lijden,
als in de druk mij het vuur benauwt,
dan weet ik juist dat U van mij houdt.
als ’t bloedend hart diep en zwaar moet lijden,
als in de druk mij het vuur benauwt,
dan weet ik juist dat U van mij houdt.
2.
Als storm en noodweer soms dreigend woeden
en ’k word beangst door de watervloeden,
als ’t oog geen uitkomst, geen hulp aanschouwt,
dan weet ik juist dat U van mij houdt.
en ’k word beangst door de watervloeden,
als ’t oog geen uitkomst, geen hulp aanschouwt,
dan weet ik juist dat U van mij houdt.
3.
Voel ik mij arm en diep neergebogen,
staat mijn ellende mij groot voor ogen:
dan blijft mijn hoop op U onverflauwd,
omdat ik weet dat U van mij houdt.
staat mijn ellende mij groot voor ogen:
dan blijft mijn hoop op U onverflauwd,
omdat ik weet dat U van mij houdt.