1.
Nu is het tijd om God te danken, prijzen.
Ons past geen klacht; zing slechts zijn lof altijd.
Ja, laten wij de Vader eer bewijzen
met jubelzang: vrucht der gerechtigheid.
Loof de Heer! Loof de Heer!
Ja, laten wij de Vader eer bewijzen
met jubelzang: vrucht der gerechtigheid.
Ons past geen klacht; zing slechts zijn lof altijd.
Ja, laten wij de Vader eer bewijzen
met jubelzang: vrucht der gerechtigheid.
Loof de Heer! Loof de Heer!
Ja, laten wij de Vader eer bewijzen
met jubelzang: vrucht der gerechtigheid.
2.
Een danklied is betamelijk voor allen
die duur gekocht, betaald zijn door de Heer.
’t Oprechte volk laat luid het loflied schallen,
zingt welbewust, van harte, tot Gods eer.
Loof de Heer! Loof de Heer!
’t Oprechte volk laat luid het loflied schallen,
zingt welbewust, van harte, tot Gods eer.
die duur gekocht, betaald zijn door de Heer.
’t Oprechte volk laat luid het loflied schallen,
zingt welbewust, van harte, tot Gods eer.
Loof de Heer! Loof de Heer!
’t Oprechte volk laat luid het loflied schallen,
zingt welbewust, van harte, tot Gods eer.
3.
Gods volk is uitverkoren en gezonden
tot eer van Jezus’ naam en heerlijkheid.
Met heel zijn denken aan Gods Woord gebonden,
moet het dit Woord verkondigen altijd.
Loof de Heer! Loof de Heer!
Met heel zijn denken aan Gods Woord gebonden,
moet het dit Woord verkondigen altijd.
tot eer van Jezus’ naam en heerlijkheid.
Met heel zijn denken aan Gods Woord gebonden,
moet het dit Woord verkondigen altijd.
Loof de Heer! Loof de Heer!
Met heel zijn denken aan Gods Woord gebonden,
moet het dit Woord verkondigen altijd.
4.
Gods leiding is volmaakt in alle dingen.
De heiligen zijn welbewaard altijd.
Wij, die verlost zijn en genaad’ ontvingen,
erven met Christus eer en heerlijkheid.
Loof de Heer! Loof de Heer!
Wij, die verlost zijn en genaad’ ontvingen,
erven met Christus eer en heerlijkheid.
De heiligen zijn welbewaard altijd.
Wij, die verlost zijn en genaad’ ontvingen,
erven met Christus eer en heerlijkheid.
Loof de Heer! Loof de Heer!
Wij, die verlost zijn en genaad’ ontvingen,
erven met Christus eer en heerlijkheid.
5.
Steeds meer volmaakt zij ’t loflied tot Gods ere,
recht uit ons hart, met zuiv’re, eed’le klank.
Zend uw gebeden op tot God, uw Here,
als heilig reukwerk, vol aanbidding, dank.
Loof de Heer! Loof de Heer!
Zend uw gebeden op tot God, uw Here,
als heilig reukwerk, vol aanbidding, dank.
recht uit ons hart, met zuiv’re, eed’le klank.
Zend uw gebeden op tot God, uw Here,
als heilig reukwerk, vol aanbidding, dank.
Loof de Heer! Loof de Heer!
Zend uw gebeden op tot God, uw Here,
als heilig reukwerk, vol aanbidding, dank.