1.
Wie op aard de zege wil behalen,
is geroepen tot de goede strijd.
Maar voor wie niet alles wil betalen
is geen zegekrans bereid.
Overwinnaars wacht de kroon des levens.
Wie volhardt, ontvangt een eeuwig loon:
hij zal zitten op de troon met Jezus,
en als koning heersen met Gods Zoon.
is geroepen tot de goede strijd.
Maar voor wie niet alles wil betalen
is geen zegekrans bereid.
Overwinnaars wacht de kroon des levens.
Wie volhardt, ontvangt een eeuwig loon:
hij zal zitten op de troon met Jezus,
en als koning heersen met Gods Zoon.
2.
Deze krans is enkel te behalen
met het schild van het geloof paraat.
Niemand hoort bij Jezus’ heldenscharen,
die in dienst der zonde staat.
Overwinnaars kunnen strijd verdragen,
en de hitte van ’t beproevingsvuur.
“Heer, waarheen?” dat is slechts wat ze vragen,
en zij gunnen zich geen rust of duur.
met het schild van het geloof paraat.
Niemand hoort bij Jezus’ heldenscharen,
die in dienst der zonde staat.
Overwinnaars kunnen strijd verdragen,
en de hitte van ’t beproevingsvuur.
“Heer, waarheen?” dat is slechts wat ze vragen,
en zij gunnen zich geen rust of duur.
3.
Brand daarom van ijver voor de Here,
met een hart dat zuiver is en rein,
zodat jij als bruikbaar vat ter ere,
steeds aan Hem gewijd kunt zijn.
Overwinnaars richten ’t oog naar boven,
zijn als vreemdeling in deze tijd.
Als bereikt is wat we nu geloven,
is vergeten alle zorg en strijd.
met een hart dat zuiver is en rein,
zodat jij als bruikbaar vat ter ere,
steeds aan Hem gewijd kunt zijn.
Overwinnaars richten ’t oog naar boven,
zijn als vreemdeling in deze tijd.
Als bereikt is wat we nu geloven,
is vergeten alle zorg en strijd.