41

Heel je leven – het is maar

1.
Heel je leven – het is maar
als de breedte van een haar,
als een weversspoel die door de draden schiet.
Je bent hier maar korte tijd,
en dan komt de eeuwigheid,
waar je hemelvreugde wacht of hels verdriet.
Maak dus nu de juiste keuze:
om straks niet beschaamd te staan
of bij dwazen te belanden,
’t land der rust nooit in te gaan.
Wees voor heel de wereld doof,
leef een leven in geloof.
Dan geeft God je eer en loon aan ’t eind der baan.
2.
Nu een deur wijd open staat,
er een weg ten leven gaat,
moet je zorgen dat ook jij kunt binnengaan!
Velen trachten ’t weliswaar,
maar zij spelen het niet klaar:
niet met heel hun hart zijn zij op weg gegaan.
Word niet moe en dring toch binnen,
grijp het vast uit alle macht!
Alles moet je daarvoor geven,
dan geeft God voldoende kracht.
Elk excuus nu weggedaan,
want een weg is er gebaand.
Die is open, nu niet langer meer gewacht!
3.
Loop de renbaan, word niet moe,
want de kampprijs komt je toe.
Denk eraan dat je je loop volbrengen moet.
Werp je oude lompen af,
’t oude leven in het graf,
zorg dat je bekleed met Christus God ontmoet!
Je moet jagen naar het einddoel,
sta niet stil en kijk niet om,
zoals eens de vrouw van Lot deed.
Zij kwam in Gods oordeel om.
Wacht je voor Delila’s schoot;
dat bracht velen in de dood.
Zoek ’t geluk niet in de wereld, wees niet dom.
(Richt. 16:4-20)
Geschreven door Thorleif Hansen (gepubliceerd in 1914)Gecomponeerd door Johannes A. HultmanTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagMelodie © Waldenstrøm, SverigeNorway ⋅ G