1.
Ik ken een land, een beter land!
Daar, waar geen kwaad verstoren kan.
Volkomen vreugd’, volkomen vreê!
Een heerlijk land, daar ga ik heen.
Daar, waar geen kwaad verstoren kan.
Volkomen vreugd’, volkomen vreê!
Een heerlijk land, daar ga ik heen.
Refrein:
Adieu, adieu! Dat is mijn woord.
Adieu, wat hier op aarde hoort!
In vast geloof koers ik vooruit,
adieu, roep ik van harte uit!
Adieu, wat hier op aarde hoort!
In vast geloof koers ik vooruit,
adieu, roep ik van harte uit!
2.
Gehoorzaam was eens Abraham,
nadat Gods spreken tot hem kwam.
Zat in zijn tent, heeft zich verblijd,
want hij zag Sions heerlijkheid.
nadat Gods spreken tot hem kwam.
Zat in zijn tent, heeft zich verblijd,
want hij zag Sions heerlijkheid.
3.
Maar kijk naar Lot, die arme man,
hij werd misleid door vruchtbaar land.
Ging wonen in een zondestad.
Verdriet en lijden bracht hem dat.
hij werd misleid door vruchtbaar land.
Ging wonen in een zondestad.
Verdriet en lijden bracht hem dat.
4.
De vrouw van Lot, vergeet haar niet!
O, wat een afschuw en verdriet.
Zij vluchtte wel, ja, dat is waar,
maar met haar hart was zij nog daar.
O, wat een afschuw en verdriet.
Zij vluchtte wel, ja, dat is waar,
maar met haar hart was zij nog daar.
5.
Lijd ik hier soms ook wat verlies,
het doet een hemelburger niets.
Met hoop, geloof, zie ’k Sions oord.
Nooit keer ik om, maar ga steeds voort!
het doet een hemelburger niets.
Met hoop, geloof, zie ’k Sions oord.
Nooit keer ik om, maar ga steeds voort!