311

Jeugd, houd stand, nimmer moedeloos worden!

1.
Jeugd, houd stand, nimmer moedeloos worden!
Loon krijgt hij slechts, die strijdt onvervaard.
Ga jezelf met het harnas omgorden,
bid tot God, in je hand steeds het zwaard.
Refrein:
Als je bidt, zul je zege steeds vinden,
Hij verhoort jou gewis uit je nood.
Heb geloof om de vijand te binden,
geef niet op voor je ziet: hij is dood.
2.
Ja, wees waakzaam, het gaat om je leven.
Zie, de vijand ligt steeds op de loer.
Wil in ’t strijdperk je moedig begeven.
Zegepraal wacht je na ’t krijgsrumoer.
3.
Laat nooit meer moedeloosheid je plagen.
Op jou rust verantwoordelijkheid.
Jezus kent je problemen en vragen.
Voor de oplossing zorgt Hij altijd.
Refrein:
Laat ons strijden tot wij zegevieren,
in verbinding met Hem, dag en nacht.
Laat ons tonen dat God ons kan sieren
met verwinnende, godd’lijke macht.
Geschreven door Thordis Huseby (gepubliceerd in 1937)Gecomponeerd door Elise PetersenTekst en melodie © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ F