1.
Zoek je gemeenschap met God de Heer?
Zoek dan geen vriendschap met de wereld meer!
God haat het als je zijn naam hier draagt,
maar ook naar dingen van de wereld vraagt.
Zoek dan geen vriendschap met de wereld meer!
God haat het als je zijn naam hier draagt,
maar ook naar dingen van de wereld vraagt.
2.
Zie, Mozes achtte de rijkdom schijn.
Hij mocht een zoon van Farao’s dochter zijn,
maar hij verachtte Egypte’s goud,
zijn toekomst daar liet hem volslagen koud.
Hij mocht een zoon van Farao’s dochter zijn,
maar hij verachtte Egypte’s goud,
zijn toekomst daar liet hem volslagen koud.
3.
Zijn keus was: hand’len naar Gods gebod
en kwaad verdragen met het volk van God.
Hij kreeg verachting, maar koos die vrij,
en dacht: God in de hemel lone mij.
en kwaad verdragen met het volk van God.
Hij kreeg verachting, maar koos die vrij,
en dacht: God in de hemel lone mij.
4.
Zie, Jezus werd op een berg geleid,
daar toonde Satan ’s werelds heerlijkheid:
“Dit alles krijgt u van mij voorgoed,
als u zich eenmaal neerbuigt aan mijn voet.”
daar toonde Satan ’s werelds heerlijkheid:
“Dit alles krijgt u van mij voorgoed,
als u zich eenmaal neerbuigt aan mijn voet.”
5.
Zo sprak, brutaal, Satan tot Gods Zoon,
hij wilde Hem weerhouden van de troon.
Maar Jezus antwoordde kort en vast:
“Ga weg toch, Satan, u bent mij een last!”
hij wilde Hem weerhouden van de troon.
Maar Jezus antwoordde kort en vast:
“Ga weg toch, Satan, u bent mij een last!”
6.
Gods Zoon wees Satan op Gods gebod:
Gij zult aanbidden slechts uw Heer en God.
Toen vluchtte Satan voor Jezus’ stem,
en eng’len kwamen toen en dienden Hem.
Gij zult aanbidden slechts uw Heer en God.
Toen vluchtte Satan voor Jezus’ stem,
en eng’len kwamen toen en dienden Hem.
7.
Geef God je hart, geef het Hem geheel,
want dan wordt ware vreugde ook je deel.
Ga uit de wereld en zie je loon:
eens zul je alles erven met de Zoon.
want dan wordt ware vreugde ook je deel.
Ga uit de wereld en zie je loon:
eens zul je alles erven met de Zoon.