1.
Dank voor elk kruis, voor verdrukking en banden,
dank voor elk vuur, dat U laaiend deed branden.
Dank dat U juist door verschrikking en nacht
vol wijsheid tot meer licht en klaarheid mij bracht.
dank voor elk vuur, dat U laaiend deed branden.
Dank dat U juist door verschrikking en nacht
vol wijsheid tot meer licht en klaarheid mij bracht.
2.
Dank voor elk ding, dat omlaag mij meer voerde,
dank voor het teerst’ in mij, dat U beroerde.
Dank, dat mijn “ik” werd verpulverd tot gruis.
U toetst en beproeft ied’re steen van uw huis.
dank voor het teerst’ in mij, dat U beroerde.
Dank, dat mijn “ik” werd verpulverd tot gruis.
U toetst en beproeft ied’re steen van uw huis.
3.
Dank voor gena, dat U ons hier beproeft, Heer.
Sterk is uw liefde, nooit brengt zij ons oneer.
’t Zwaard moet gebruikt tegen al ’t eigen werk.
Dank, dierb’re Verlosser, uw wijsheid is sterk.
Sterk is uw liefde, nooit brengt zij ons oneer.
’t Zwaard moet gebruikt tegen al ’t eigen werk.
Dank, dierb’re Verlosser, uw wijsheid is sterk.
4.
Dank voor uw wijsheid, uw kennis, uw sterkte,
dat, ondanks tranen, U vree in ons werkte.
Dank voor de hoop, die nu brandt in ons hart:
te staan als uw bruid, na verdrukking en smart.
dat, ondanks tranen, U vree in ons werkte.
Dank voor de hoop, die nu brandt in ons hart:
te staan als uw bruid, na verdrukking en smart.