121

Wat bracht jij jezelf in moeilijkheden

1.
Wat bracht jij jezelf in moeilijkheden,
oogstte je veel pijn!
En toch wilde je je God behagen,
overwinnaar zijn.
En je bad zo vaak: “O God, verlos mij!”
Op een golf der zee
leek je bidden, vaag en ongestadig,
niets kreeg je daarmee.
(Jak. 1:6-8)
Refrein:
Jezus opent elke kerker;
ja, dan wordt alles goed!
In je hart schept Hij geloofsvertrouwen,
als je opendoet.
2.
Wil je, los van alles, Jezus volgen?
Uit de zondemacht?
In geloof dat alles laten varen?
God geeft jou de kracht.
Heb geloof, gehoorzaam zonder twijfel,
niets daarbij gespaard!
Laat Gods Geest zijn tempel toch vervullen,
wees je roeping waard.
3.
Werp je goudschat in het stof! De Here
wil je gouderts zijn.
Kleeft nog altijd zonde aan je handen?
Weg ermee! Word rein!
Laat toch in je tent geen onrecht wonen.
Want dit wil de Heer:
je van al je nood en druk bevrijden.
Wat wil je nog meer!
(Job 11:15-17, 22:23-28)
4.
Als je bidt, zal God beslist verhoren,
en jij houdt je woord,
en dan hef je je gelaat naar boven,
door geen vrees gestoord.
Zelfs je moeite zul je nog vergeten;
’t stroomt gewoon voorbij!
Klaarder dan de middag wordt je leven,
onuitspreek’lijk blij!
Geschreven door Thorleif Hansen (gepubliceerd in 1920)Tekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ G