1.
Wat is het goed, verlost te zijn: geen schuld, geen zonde
meer,
en ook geen lust om kwaad te doen, slechts liefde tot de
Heer!
Zijn warme liefde dringt mij en ’k zeg nu, blij van zin:
Wat mij ook overkomen mag: ik zet mijn leven in!
meer,
en ook geen lust om kwaad te doen, slechts liefde tot de
Heer!
Zijn warme liefde dringt mij en ’k zeg nu, blij van zin:
Wat mij ook overkomen mag: ik zet mijn leven in!
2.
Wat is het zwaar om zonder hoop en zonder kracht te zijn,
zo slap en lauw, je leven lang: één dorre zandwoestijn!
De satan heeft gewonnen, als ’k niet zeg, blij van zin:
Wat mij ook overkomen mag: ik zet mijn leven in!
zo slap en lauw, je leven lang: één dorre zandwoestijn!
De satan heeft gewonnen, als ’k niet zeg, blij van zin:
Wat mij ook overkomen mag: ik zet mijn leven in!
3.
Wat is het goed van Hem te zijn, van Jezus voor altijd,
beschermd voor Satans pijlen, nu en tot in eeuwigheid!
Hij heeft zijn macht verloren, als ’k steeds zeg, blij van
zin:
Wat mij ook overkomen mag: ik zet mijn leven in!
beschermd voor Satans pijlen, nu en tot in eeuwigheid!
Hij heeft zijn macht verloren, als ’k steeds zeg, blij van
zin:
Wat mij ook overkomen mag: ik zet mijn leven in!
4.
Hoe nodig is ’t in brand te staan, vol geest, geloof en vuur
en Jezus’ lijden in te gaan tot aan ons laatste uur.
Als ieder toch vrijmoedig kon zeggen, blij van zin:
Wat mij ook overkomen mag: ik zet mijn leven in!
en Jezus’ lijden in te gaan tot aan ons laatste uur.
Als ieder toch vrijmoedig kon zeggen, blij van zin:
Wat mij ook overkomen mag: ik zet mijn leven in!