1.
Laat gedachten, boos en zwart,
nimmer binnen in je hart,
maar beveel ze: “Rechtsomkeert!”
als er een het toch probeert,
aanklopt bij je deur.
nimmer binnen in je hart,
maar beveel ze: “Rechtsomkeert!”
als er een het toch probeert,
aanklopt bij je deur.
2.
Klopt er soms wat argwaan aan,
laat die met dit antwoord gaan:
“Achterdocht, wat moet ’k ermee?
Daar bemoei ik mij niet mee,
bij mijn deur vandaan!”
laat die met dit antwoord gaan:
“Achterdocht, wat moet ’k ermee?
Daar bemoei ik mij niet mee,
bij mijn deur vandaan!”
3.
Doe je hartedeur goed dicht
voor zo’n pijl die onheil sticht!
Hou je voor verdenking doof,
jaag die weg! Geloof, geloof
in Gods Woord alleen!
voor zo’n pijl die onheil sticht!
Hou je voor verdenking doof,
jaag die weg! Geloof, geloof
in Gods Woord alleen!
4.
’k Vat de dingen nu goed op,
omdat ik met argwaan stop.
“Al ’t verborg’ne voor de Heer!”
Mij zal dat nooit plagen meer!
Bij mijn deur vandaan!
omdat ik met argwaan stop.
“Al ’t verborg’ne voor de Heer!”
Mij zal dat nooit plagen meer!
Bij mijn deur vandaan!