1.
Zoek Gods rijk toch dag en nacht,
dring erin met list en macht.
/: Stap voor stap, verover nu
door geloof het land! Ook u! :/
dring erin met list en macht.
/: Stap voor stap, verover nu
door geloof het land! Ook u! :/
2.
Wees vrijmoedig en zeer sterk,
want dan ziet u ’s Heren werk.
/: Hij bereidde u de baan,
die u, niets ontziend, kunt gaan. :/
want dan ziet u ’s Heren werk.
/: Hij bereidde u de baan,
die u, niets ontziend, kunt gaan. :/
3.
Wij gaan strijden voor de Heer,
reuzen in ons slaan wij neer.
/: Ied’re vijand wordt gedood!
Voor ’t geloof is niets te groot. :/
reuzen in ons slaan wij neer.
/: Ied’re vijand wordt gedood!
Voor ’t geloof is niets te groot. :/
4.
Vast geloven wij in God,
steeds bewarend zijn gebod.
/: Satans tegenstand bewerkt
dat de liefde wordt versterkt. :/
steeds bewarend zijn gebod.
/: Satans tegenstand bewerkt
dat de liefde wordt versterkt. :/
5.
’t Oog des harten ziet nu klaar:
alles dient tot heil, voorwaar!
/: God beschikt mij alles hier,
dat ik altijd zegevier! :/
alles dient tot heil, voorwaar!
/: God beschikt mij alles hier,
dat ik altijd zegevier! :/