1.
Ik wil zingen van Sions stad, zo schoon.
Ik jubel verblijd in de geest.
Daar zie ik Jezus, mijn middelaar, Gods Zoon,
met de overwinnaars. Welk een feest!
Ik jubel verblijd in de geest.
Daar zie ik Jezus, mijn middelaar, Gods Zoon,
met de overwinnaars. Welk een feest!
Refrein:
Heel mijn hart, o Jezus, gaat uit naar U altijd.
Ik verlang, o Heer, naar mijn thuis door U bereid,
waar ik U aanschouw vol zaligheid.
Ik verlang, o Heer, naar mijn thuis door U bereid,
waar ik U aanschouw vol zaligheid.
2.
Met volharding strijd ik de goede strijd,
mijn kruis draag ik trouw door uw kracht.
Ik ga de weg die door U is ingewijd.
U houdt over mij getrouw de wacht.
mijn kruis draag ik trouw door uw kracht.
Ik ga de weg die door U is ingewijd.
U houdt over mij getrouw de wacht.
3.
In mijn hart schonk U hoop, geliefde Heer:
een anker der ziel is die mij.
Ik ben gerust, ook al gaat de storm tekeer.
Het geloof maakt mij volkomen vrij.
een anker der ziel is die mij.
Ik ben gerust, ook al gaat de storm tekeer.
Het geloof maakt mij volkomen vrij.
4.
Spoedig is hier op aard mijn strijd voorbij;
mijn hart is tot lofzang gestemd.
Dan jubel ik in het hemels koor zo blij,
dat U, Here, groot en heilig bent:
mijn hart is tot lofzang gestemd.
Dan jubel ik in het hemels koor zo blij,
dat U, Here, groot en heilig bent:
Refrein:
“Waardig zijt Gij, Jezus, die ’t zegel breekt met macht!
Met uw bloed hebt Gij uit de wereld mij gekocht;
vorst en priester werd ik door uw kracht.”
(Op. 5:9-10)
Met uw bloed hebt Gij uit de wereld mij gekocht;
vorst en priester werd ik door uw kracht.”
(Op. 5:9-10)