216

Drukken zorgen mij terneer,

1.
Drukken zorgen mij terneer,
’k werp ze dan op U, o Heer,
want U sterkt mij telkens weer.
Halleluja!
Met U is geen last te zwaar!
Niemand is te jong, voorwaar!
Want uw troost is wonderbaar.
Halleluja!
Refrein:
Rust, vertrouwen, niet verflauwen.
Werp uw zorgen op de Heer,
op het Lam. Bewijs Hem eer.
Wend uw ogen naar den hoge,
voor zijn wonderbare wet neergebogen.
2.
Plaagt de moedeloosheid mij,
dan staat U mij krachtig bij.
U schenkt zege, maakt mij vrij,
dierb’re Heiland.
Wie gelovig U verwacht,
wint het door uw woord en kracht
van des vijands grote macht,
dierb’re Heiland.
3.
Al uw dagen worden goed,
als g’ u buigt, uw wil niet doet.
U krijgt leven, overvloed.
Halleluja!
Laat ons aan Hem off’ren gaan,
anderen ten dienste staan.
Wat ontbreekt, vult Hij dan aan.
Halleluja!
4.
Kort is ’t leven, denk daaraan!
Laat geen tijd verloren gaan.
Spoed u voort, blijf nimmer staan.
Volg uw Heiland!
U krijgt van uw zware strijd
en uw lijden nimmer spijt;
Daardoor krijgt u heerlijkheid.
Volg uw Heiland!
5.
Spoedig is voorbij de strijd,
’t lijden in verdrukkingstijd -
samenzijn in eeuwigheid.
Halleluja!
Nimmer smart meer: ’s levenskroon
wacht ons boven, als ons loon
uit de handen van Gods Zoon.
Halleluja!
Geschreven in 1930 door Ingrid Bekkevold (gepubliceerd in 1932)Gecomponeerd door James R. MurrayTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ D