1.
Hoe is het moog’lijk dat Simeon
al wat voorzegd was weten kon?
Waardoor was Israëls troost hem bekend,
was hij van d’ aarde zo afgewend?
’t Was door de Geest, dat het Godsgeheim
hem werd geopenbaard;
godsvrucht had hem met haar sterke band
in need’righeid bewaard.
En door de Geest naar Gods huis gebracht,
zag hij de Heiland, zo lang al verwacht,
de Zoon des mensen, Gods Zoon, nog klein:
dat zou de redder der wereld zijn!
al wat voorzegd was weten kon?
Waardoor was Israëls troost hem bekend,
was hij van d’ aarde zo afgewend?
’t Was door de Geest, dat het Godsgeheim
hem werd geopenbaard;
godsvrucht had hem met haar sterke band
in need’righeid bewaard.
En door de Geest naar Gods huis gebracht,
zag hij de Heiland, zo lang al verwacht,
de Zoon des mensen, Gods Zoon, nog klein:
dat zou de redder der wereld zijn!
2.
Ook was daar Hanna, een oude vrouw.
Onafgebroken, altijd trouw,
diende zij God in de tempel en bad,
omdat zij licht over ’t heil bezat.
En zij vertelde het blijde nieuws
aan wie erbij kwam staan:
redding en troost is voor iedereen,
die tot Gods Zoon wil gaan!
Fanuëls dochter – hoe scherp zag zij!
Zij hield haar hart van bekommernis vrij.
Zij had voor ’t wereldse hier geen tijd,
maar was van harte God toegewijd.
Onafgebroken, altijd trouw,
diende zij God in de tempel en bad,
omdat zij licht over ’t heil bezat.
En zij vertelde het blijde nieuws
aan wie erbij kwam staan:
redding en troost is voor iedereen,
die tot Gods Zoon wil gaan!
Fanuëls dochter – hoe scherp zag zij!
Zij hield haar hart van bekommernis vrij.
Zij had voor ’t wereldse hier geen tijd,
maar was van harte God toegewijd.
3.
Juist de getrouwen verstaan Gods stem.
Hij openbaart zijn wil aan hen.
Zij zijn bekend met zijn plannen, zijn raad,
eten zijn vlees, delen in zijn smaad.
Zij zien veel meer dan hun eigen eeuw,
zij overzien de tijd;
hun blik omspant meer dan duizend jaar,
ver in de eeuwigheid.
Onwankelbaar als Gods koninkrijk,
zijn zij als Simeon, helden gelijk.
Bergen bezwijken, maar als een rots
houden zij stand, deze helden Gods.
Hij openbaart zijn wil aan hen.
Zij zijn bekend met zijn plannen, zijn raad,
eten zijn vlees, delen in zijn smaad.
Zij zien veel meer dan hun eigen eeuw,
zij overzien de tijd;
hun blik omspant meer dan duizend jaar,
ver in de eeuwigheid.
Onwankelbaar als Gods koninkrijk,
zijn zij als Simeon, helden gelijk.
Bergen bezwijken, maar als een rots
houden zij stand, deze helden Gods.
4.
Laten wij voortgaan in deze lijn,
wij die nu in de eindtijd zijn,
één en getrouw in gemeenschap met God,
altijd gehoorzaam aan zijn gebod.
Laten wij toenemen in Gods kracht,
groeien in moed en vrucht!
Sterk is de vesting die voor ons ligt;
held word je slechts door tucht.
Plotseling kan er verdrukking zijn,
smaad van de mensen, vervolging of pijn;
wie zich beproeven laat, meer en meer,
zal overwinnen zoals zijn Heer.
wij die nu in de eindtijd zijn,
één en getrouw in gemeenschap met God,
altijd gehoorzaam aan zijn gebod.
Laten wij toenemen in Gods kracht,
groeien in moed en vrucht!
Sterk is de vesting die voor ons ligt;
held word je slechts door tucht.
Plotseling kan er verdrukking zijn,
smaad van de mensen, vervolging of pijn;
wie zich beproeven laat, meer en meer,
zal overwinnen zoals zijn Heer.