1.
Wat is het goed ootmoedig ’t juk te dragen,
dat God je in je jeugd gegeven heeft,
het heil verwachtend eenzaam neer te zitten
en stil te zwijgen, als Hij lasten geeft.
(Klaagl. 3:26-28)
dat God je in je jeugd gegeven heeft,
het heil verwachtend eenzaam neer te zitten
en stil te zwijgen, als Hij lasten geeft.
(Klaagl. 3:26-28)
2.
Wat is het goed van jongs af aan de Meester
te volgen op de smalle weg van ’t kruis,
geen tijd verkwistend met die grootse dromen
van wat geen waarde heeft voor ’s Heren huis.
te volgen op de smalle weg van ’t kruis,
geen tijd verkwistend met die grootse dromen
van wat geen waarde heeft voor ’s Heren huis.
3.
Wat is het groot, in eenvoud je te voegen,
arm in jezelf, maar rijk in God te zijn;
met allen zorg, verdriet en nood te delen,
aan ’t eind getooid in ’t bruidskleed, wit en rein!
(Rom. 12:15-16)
arm in jezelf, maar rijk in God te zijn;
met allen zorg, verdriet en nood te delen,
aan ’t eind getooid in ’t bruidskleed, wit en rein!
(Rom. 12:15-16)
4.
Van nut te zijn in onze Here Jezus
voor hen die op je weg worden gebracht,
hun treurig hart tot jubelen te brengen,
hun oog te vestigen op Jezus’ macht.
voor hen die op je weg worden gebracht,
hun treurig hart tot jubelen te brengen,
hun oog te vestigen op Jezus’ macht.
5.
De tijd gebruiken om in ’t licht te wand’len,
steeds meer vervuld van Gods gerechtigheid,
om later in volmaakte glans te stralen,
in heerlijkheid tot in der eeuwigheid.
(2 Petrus 1:4-11)
steeds meer vervuld van Gods gerechtigheid,
om later in volmaakte glans te stralen,
in heerlijkheid tot in der eeuwigheid.
(2 Petrus 1:4-11)
6.
Dat is ’t verborgen doel met heel ons leven.
Daartoe zijn wij geschapen door Gods macht.
Ja, zalig zij die zo hun tijd besteden!
Zij staan ten leven op door Christus’ kracht.
Daartoe zijn wij geschapen door Gods macht.
Ja, zalig zij die zo hun tijd besteden!
Zij staan ten leven op door Christus’ kracht.