1.
Schenk mij, o Jezus, het scheppend geloof,
geef mij besef van mijn nood.
“Meer nog dan zege” is immers mijn hoop.
Maak toch de roeping mij groot.
’t Is de ervaring, wij weten het echt:
honger alleen geeft het leven z’n recht;
onvermoeid ijveren, hoe het ook zij.
Scheppend geloof - geef het mij!
geef mij besef van mijn nood.
“Meer nog dan zege” is immers mijn hoop.
Maak toch de roeping mij groot.
’t Is de ervaring, wij weten het echt:
honger alleen geeft het leven z’n recht;
onvermoeid ijveren, hoe het ook zij.
Scheppend geloof - geef het mij!
2.
Schenk mij, o Jezus, het scheppend geloof,
doe mij toch horen: “Er zij…!”
Dan kiemt er leven van God in mijn hart,
dan groeit het op, ook in mij.
Tranen bevochtigen ’t hemelse zaad,
’t groeit tot een boom die de stormen doorstaat;
nestelen kunnen de vogels daar vrij.
Scheppend geloof - geef het mij!
doe mij toch horen: “Er zij…!”
Dan kiemt er leven van God in mijn hart,
dan groeit het op, ook in mij.
Tranen bevochtigen ’t hemelse zaad,
’t groeit tot een boom die de stormen doorstaat;
nestelen kunnen de vogels daar vrij.
Scheppend geloof - geef het mij!
3.
Schenk mij, o Jezus, het scheppend geloof,
dat ik de waarheid aanvaard,
want dan wordt iedere dag die ik krijg,
dag van verlossing op aard.
Help mij uw heerlijkheid winnen, o Heer,
nooit meer een zonde, geen enkele keer,
al zou ’k het leven verliezen daarbij.
Scheppend geloof - geef het mij!
dat ik de waarheid aanvaard,
want dan wordt iedere dag die ik krijg,
dag van verlossing op aard.
Help mij uw heerlijkheid winnen, o Heer,
nooit meer een zonde, geen enkele keer,
al zou ’k het leven verliezen daarbij.
Scheppend geloof - geef het mij!