1.
Ik vond mijn Jezus, dus kan ’k mij verblijden,
een trouwe vriend in ieder wiss’lend lot.
Al heb ’k op aard verdrukking, strijd en lijden,
mij wacht een eeuwig jubeljaar bij God.
een trouwe vriend in ieder wiss’lend lot.
Al heb ’k op aard verdrukking, strijd en lijden,
mij wacht een eeuwig jubeljaar bij God.
Refrein:
Tot op die dag zal ’k m’ in de hoop verblijden
en in ’t geloof bevestigd blijf ik staan.
Dicht bij mijn Heer zal ’k blij die dag verbeiden.
Hij woont in ’t hart! Met Hem wil ’k gaan.
en in ’t geloof bevestigd blijf ik staan.
Dicht bij mijn Heer zal ’k blij die dag verbeiden.
Hij woont in ’t hart! Met Hem wil ’k gaan.
2.
’k Wil nimmer lauw zijn, maar aan Hem mij wijden,
van ijver gloeiend, brandende altijd,
de goede strijd van het geloof steeds strijden;
dan zal ’k bij Jezus zijn in eeuwigheid!
van ijver gloeiend, brandende altijd,
de goede strijd van het geloof steeds strijden;
dan zal ’k bij Jezus zijn in eeuwigheid!
3.
Uit mijn gebed put ik verborgen krachten,
die ’k nodig heb als Jezus Christus’ bruid.
Al is er tegenstand door and’re machten,
door Gods gebod kom ’k in de hemel uit!
die ’k nodig heb als Jezus Christus’ bruid.
Al is er tegenstand door and’re machten,
door Gods gebod kom ’k in de hemel uit!