411

In ’t laatste der dagen verrijst een gebouw

1.
In ’t laatste der dagen verrijst een gebouw
- verborgen is ’t wonderwerk Gods -
van levende stenen, gelovig en trouw,
op Sion, Gods heilige rots.
Refrein:
Hier weet ik mij thuis, ik bouw mee,
want hier woont gerechtigheid, vree.
Dit oord is mijn lust: er is vreugde en rust.
Hier weet ik mij thuis, ik bouw mee!
2.
Het komt, zie, het komt:- Gods verkoren geslacht-
uit hoogten en diepten bijeen.
Zij doen naar de waarheid, door Gods Geest gebracht.
Dit alles is Gods werk alleen.
3.
O, broeder en zuster, verkoren geslacht,
laat alles toch achter, maak voort!
En kom op de berg, waar gemeenschap u wacht
in ’t licht van Gods levende woord.
4.
Hier brandt ieder hart, als het woord wordt gebracht
door mannen, die staan in Gods raad.
Wij luist’ren naar ’t woord, ons verkondigd met kracht.
Dat oordeelt en roept tot de daad.
5.
Wij minnen het recht, geven ’t onrecht geen voet;
God zalft elk met hemelse vreugd.
Wie dorst, wordt gelaafd en wie hongert, gevoed.
Wij loven de Here verheugd.
Geschreven door Elihu Pedersen (gepubliceerd in 1980)Gecomponeerd door Laura McPhailTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ F