37

U wil ik volgen, Lam Gods

1.
U wil ik volgen, Lam Gods,
uw sterven draag ’k in mij om.
Hoe smal de weg ook mag zijn,
’k volg U, mijn bruidegom!
(2 Kor. 4:10)
Refrein:
O Gij Lam Gods, lof zij uw naam!
Gij hebt de weg bereid!
Ik zal U luid, weldra als uw bruid,
prijzen in eeuwigheid.
2.
Geef mij uw brandende Geest,
dan wordt mijn denken bevrijd
van alles wat mij nog bindt.
U ben ik toegewijd!
3.
Leer mij de strijd van geloof,
geen traagheid hoort nog bij mij!
Leer mij te jagen naar ’t doel:
mijn levensdoel zijt Gij!
4.
Leer mij uw wegen te gaan,
niet moe te worden of mat,
in liefde blijven altijd,
trouw volgen ’t smalle pad.
5.
Uw bruid, die zich aan U geeft,
wordt onuitsprekelijk schoon,
volkomen met U vereend.
Dat wordt uw heerlijk loon!
6.
Mijn hart gaat uit naar U, Heer!
Mijn rots en lofzang zijt Gij.
U bent mijn rust en mijn troost.
Dank voor uw zorg voor mij.
Geschreven door Mary Pedersen (gepubliceerd in 1914)Gecomponeerd door Hans BraathenTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ F