1.
Reinig mij, Heer, dan draag ik steeds meer vrucht;
snoei mij, o Landman, met uw goede tucht!
Lijden met U brengt mij uw heerlijkheid,
uw scherpe snoeimes brengt gerechtigheid.
snoei mij, o Landman, met uw goede tucht!
Lijden met U brengt mij uw heerlijkheid,
uw scherpe snoeimes brengt gerechtigheid.
2.
Maak mij als rank zeer krachtig in U, Heer,
sterk in beproeving, die U zendt steeds weer!
Dan zie ’k uw hand aan ’t werk, zo liefderijk,
word ik door reiniging meer U gelijk.
sterk in beproeving, die U zendt steeds weer!
Dan zie ’k uw hand aan ’t werk, zo liefderijk,
word ik door reiniging meer U gelijk.
3.
Laat, Heer, uw Woord mij vormen dag aan dag,
zodat het rijk’lijk in mij wonen mag.
En waar ’k mijn wijngaard zuiver meer en meer,
laat daar uw deugden groeien tot uw eer!
zodat het rijk’lijk in mij wonen mag.
En waar ’k mijn wijngaard zuiver meer en meer,
laat daar uw deugden groeien tot uw eer!