47

Wie wil lijken op God, die zo hemelhoog troont

1.
Wie wil lijken op God, die zo hemelhoog troont
en bij elk die gering is en klein?
Hen die gelden als niets, richt Hij op uit het stof,
en hun plaats zal bij edelen zijn.
(Jes. 57:15 | Ps. 113:5-8)
2.
Wat bij mensen niet telt, daarop steunt onze hoop,
‘Groot en hoog’ imponeert ons niet meer.
Want wat trots is en groots houdt geen stand in het vuur.
Als de dag komt, verbrandt het veeleer.
(Rom. 12:16 | Jes. 2:12)
3.
Ja, mijn God wil ik dienen, en bouwen met goud,
dat in ootmoed de proef kon doorstaan.
Ik wil lijken op God en mij off’ren voor Hem,
en gebondenen vrij laten gaan.
4.
’k Wil U eren mijn God, en U loven, o Heer,
ja wij zien, dat de grootheid en macht
van uw heerlijkheid juist openbaar wordt daarin
dat U niet de geringen veracht.
(Job 36:5)
Geschreven door Thorleif Hansen (gepubliceerd in 1914)Tekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ Bb