1.
Maak de diepst gevallen zondaars
uit de strik van Satan vrij!
Hoeren, dronkelappen, dieven
in de vuilste slavernij.
Jezus kan hen allen redden,
juist voor hen toch is zijn kracht.
Hij spreekt vriend’lijk tot hun harten,
leidt hen uit de zondenacht.
uit de strik van Satan vrij!
Hoeren, dronkelappen, dieven
in de vuilste slavernij.
Jezus kan hen allen redden,
juist voor hen toch is zijn kracht.
Hij spreekt vriend’lijk tot hun harten,
leidt hen uit de zondenacht.
2.
Men bracht eens een vrouw tot Jezus,
met als oordeel: zij moet dood!
Daar wou Jezus niet van horen,
’t was ontferming, wat Hij bood.
Wie van hen was zonder zonde?
Wie kon werpen d’ eerste steen?
“Kom tot Mij, Ik oordeel niemand.
Laat de zonde na, ga heen!”
met als oordeel: zij moet dood!
Daar wou Jezus niet van horen,
’t was ontferming, wat Hij bood.
Wie van hen was zonder zonde?
Wie kon werpen d’ eerste steen?
“Kom tot Mij, Ik oordeel niemand.
Laat de zonde na, ga heen!”
3.
Jezus at en dronk met zondaars,
als hun vriend bij hen te gast.
Nooit werd hun de hoop ontnomen,
steeds verlichtte Hij hun last.
Wie gezond is, hoeft geen dokter,
maar wie lijdt aan ziekt’ en pijn.
Jezus heeft hun straf gedragen,
wil hen tot verkwikking zijn.
als hun vriend bij hen te gast.
Nooit werd hun de hoop ontnomen,
steeds verlichtte Hij hun last.
Wie gezond is, hoeft geen dokter,
maar wie lijdt aan ziekt’ en pijn.
Jezus heeft hun straf gedragen,
wil hen tot verkwikking zijn.
4.
Kom toch, diep gevallen zondaars,
uit de zondepoel vandaan.
Start opnieuw, vergeet het oude,
hef voor ’t Lam een loflied aan.
Grijp de redding, hier geboden!
Jezus roept je nog een keer.
Neem Hem aan! Dan wordt je leven
vanaf heden Hem ter eer.
uit de zondepoel vandaan.
Start opnieuw, vergeet het oude,
hef voor ’t Lam een loflied aan.
Grijp de redding, hier geboden!
Jezus roept je nog een keer.
Neem Hem aan! Dan wordt je leven
vanaf heden Hem ter eer.