1.
Wilt u tot nut in de gemeente wezen,
dan moet u gaan de weg die Jezus ging.
U kunt toch niemand leren God te vrezen,
voordat u zelf recht handelt bij elk ding.
dan moet u gaan de weg die Jezus ging.
U kunt toch niemand leren God te vrezen,
voordat u zelf recht handelt bij elk ding.
2.
U ziet de splinter bij uw naaste zitten;
de balk in eigen oog, die ziet u niet.
Uw broeder, zuster wilt u graag bevitten,
maar is ’t met u wel zo, dat u goed ziet?
de balk in eigen oog, die ziet u niet.
Uw broeder, zuster wilt u graag bevitten,
maar is ’t met u wel zo, dat u goed ziet?
3.
U wijst op ’t vuil van and’ren bij hun deuren,
maar is ’t bij u al opgeruimd en rein?
Dat is wel ’t eerste wat er moet gebeuren.
Begin eerst zelf! Zo moet het altijd zijn!
maar is ’t bij u al opgeruimd en rein?
Dat is wel ’t eerste wat er moet gebeuren.
Begin eerst zelf! Zo moet het altijd zijn!
4.
Wat weet u veel om te bekritiseren,
maar van het goede ziet u bijna niets.
U kunt het zwaard wel tegen d’ ander keren,
maar treft datzelfde zwaard bij u ook iets?
maar van het goede ziet u bijna niets.
U kunt het zwaard wel tegen d’ ander keren,
maar treft datzelfde zwaard bij u ook iets?
5.
Eerst moet u doen, daarna pas kunt u leren.
Dan zegt u, net als Paulus: Volg nu mij!
U zult de eer van de gemeente winnen;
uw woorden krijgen kracht, nooit wank’len zij.
Dan zegt u, net als Paulus: Volg nu mij!
U zult de eer van de gemeente winnen;
uw woorden krijgen kracht, nooit wank’len zij.