1.
Dank, o God, voor de verhoring
van mijn innige gebed.
U gaf licht aan mij in ’t duister,
hebt mijn hart in brand gezet.
U vervulde mijn verlangen
toen ik bad, Heer, voor uw troon,
en nu kan ik blij de weg gaan,
die gebaand is door uw Zoon.
van mijn innige gebed.
U gaf licht aan mij in ’t duister,
hebt mijn hart in brand gezet.
U vervulde mijn verlangen
toen ik bad, Heer, voor uw troon,
en nu kan ik blij de weg gaan,
die gebaand is door uw Zoon.
2.
Dank, o God, U schenkt het leven
aan wie treurt op deze aard,
die uit liefde voor de Heiland
alle kwaad en zonde haat.
Jezus Christus is ons alles,
woont in onze harten nu!
Ja wij zullen licht en zout zijn.
Here God, wij prijzen U.
aan wie treurt op deze aard,
die uit liefde voor de Heiland
alle kwaad en zonde haat.
Jezus Christus is ons alles,
woont in onze harten nu!
Ja wij zullen licht en zout zijn.
Here God, wij prijzen U.
3.
Dank, o God, voor uw genade,
voor de kracht die U ons geeft;
dat nu onze geest bevrijd wordt
en het vlees geen macht meer heeft!
Heer, U zalfde onze ogen;
nu zien wij uw heerlijkheid!
Allen kunnen nu volkomen
leven in gehoorzaamheid.
voor de kracht die U ons geeft;
dat nu onze geest bevrijd wordt
en het vlees geen macht meer heeft!
Heer, U zalfde onze ogen;
nu zien wij uw heerlijkheid!
Allen kunnen nu volkomen
leven in gehoorzaamheid.
4.
Laat ons strijden, laat ons bidden,
dat het vuur niet wordt gedoofd!
Want in ons woont Jezus Christus;
blijf bij God in vast geloof!
Als de zonde uitgeroeid is,
die ons scheiding brengt van God,
krijgen wij een hemels denken,
doen met vreugde Gods gebod.
dat het vuur niet wordt gedoofd!
Want in ons woont Jezus Christus;
blijf bij God in vast geloof!
Als de zonde uitgeroeid is,
die ons scheiding brengt van God,
krijgen wij een hemels denken,
doen met vreugde Gods gebod.