298

Er gaat een heiligingsopwekking over ons land,

1.
Er gaat een heiligingsopwekking over ons land,
die niet te stuiten is,
daar ’t vuur, dat in ’t hart van de mensen nu brandt,
door God ontstoken is.
Refrein:
Kom, sluit bij Gods leger u aan,
van zege tot zege zal ’t gaan.
Een heiligingsopwekking gaat door ons land.
Kom, sluit bij Gods leger u aan!
2.
Al trachten horden der hel hen ook tegen te staan,
toch staat de waarheid pal.
Zij kunnen Gods leger toch nimmer verslaan,
daar God het leiden zal!
3.
Er komt ook zondebesef bij de mensen in ’t land,
geloof, bekering, strijd.
Men breekt overwinnend met iedere band,
uit het moeras bevrijd.
4.
Hun leus is: Voorwaarts in slagorde achter de Heer!
In liefde zijn zij één.
Er is geen partijschap of tweedracht nu meer.
Dat is Gods werk alleen!
5.
Ze zijn als cherubs van God met hun blinkende zwaard;
zij trekken dapper voort.
Al wat uit de mens is, dat is hun niets waard;
hun kracht ligt in Gods woord!
6.
Dit is de schare der eindtijd, gezuiverd en rein,
die Daniël eens zag,
die, vrij van de hoer, vol van kracht, trouw wil zijn
en strijdend overmag.
7.
Zij zijn geroepen om koning en priester te zijn
tot in all’ eeuwigheid:
zij off’ren zichzelf, als hun Meester zo rein;
zijn weldra toebereid.
Geschreven in 1937 door Aksel J. Smith (gepubliceerd in 1937)Gecomponeerd door Elihu PedersenTekst en melodie © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ F