1.
O grote God van liefde en genade,
bewaar mijn hart in ware need’righeid,
zodat ik hoor bij hen die U kunt leiden
van heerlijkheid tot heerlijkheid!
bewaar mijn hart in ware need’righeid,
zodat ik hoor bij hen die U kunt leiden
van heerlijkheid tot heerlijkheid!
Refrein:
Dank voor uw Woord, o trouwe Heer,
dat ootmoed vrijmaakt van de zonde meer en meer!
Zo geeft U mij te allen tijd
genoeg genade voor de strijd.
dat ootmoed vrijmaakt van de zonde meer en meer!
Zo geeft U mij te allen tijd
genoeg genade voor de strijd.
2.
Slechts wie ootmoedig is, kunt U iets geven,
die kunt U vormen tot een vat ter eer;
geen ander zal ervaren in zijn leven
uw volheid van genade, Heer!
die kunt U vormen tot een vat ter eer;
geen ander zal ervaren in zijn leven
uw volheid van genade, Heer!
3.
U wilt dat men naar heel uw woord zal leven,
en daartoe geeft U overvloedig kracht.
’k Wil die genade niet vergeefs ontvangen,
een toonbeeld wezen van uw macht.
en daartoe geeft U overvloedig kracht.
’k Wil die genade niet vergeefs ontvangen,
een toonbeeld wezen van uw macht.
4.
Ik wil met vreugde mij gedurig buigen,
dan werkt uw Geest in mij volkomen vrij.
U hebt beloofd, dat U dan zult verhogen,
door ootmoed geldt dit ook voor mij!
dan werkt uw Geest in mij volkomen vrij.
U hebt beloofd, dat U dan zult verhogen,
door ootmoed geldt dit ook voor mij!