1.
Spoedig zal Gods Zoon verschijnen,
en dan daalt de vrede neer.
Alle onrecht zal verdwijnen
door de kennis van de Heer.
Niemand zal meer onheil stichten
op de wereld, wijd en zijd.
Ieder zal dan moeten zwichten,
die Gods wetten nu bestrijdt.
en dan daalt de vrede neer.
Alle onrecht zal verdwijnen
door de kennis van de Heer.
Niemand zal meer onheil stichten
op de wereld, wijd en zijd.
Ieder zal dan moeten zwichten,
die Gods wetten nu bestrijdt.
2.
U die lijdt, houd in gedachten:
’t oogsten komt met zekerheid.
Ook de landman moet eerst wachten.
Zege oogst u op Gods tijd.
Wees dus blijde in ’t verbeiden
van een aard waar recht bestaat,
waar een elk God zal belijden,
en Hij in het centrum staat.
’t oogsten komt met zekerheid.
Ook de landman moet eerst wachten.
Zege oogst u op Gods tijd.
Wees dus blijde in ’t verbeiden
van een aard waar recht bestaat,
waar een elk God zal belijden,
en Hij in het centrum staat.
3.
God riep ons tot Christus’ leven!
Hecht en vast en eeuwig is
onze hoop, dat Hij zal geven
ons de aard als erfenis.
Geest en bloed en water geven
in ons vlees getuigenis.
Dit verbond schenkt eeuwig leven
straks bij de verrijzenis!
Hecht en vast en eeuwig is
onze hoop, dat Hij zal geven
ons de aard als erfenis.
Geest en bloed en water geven
in ons vlees getuigenis.
Dit verbond schenkt eeuwig leven
straks bij de verrijzenis!
4.
Jezus leeft, o prijs de Here,
en Hij leidt Gods legerschaar!
Zie Hem strijden, ’t zwaard hanteren;
Hij is dicht bij ons, voorwaar!
In de aardse strijd, zo heilig,
houden wij dus altijd moed.
’t Anker Gods is vast en veilig,
want God is getrouw en goed.
en Hij leidt Gods legerschaar!
Zie Hem strijden, ’t zwaard hanteren;
Hij is dicht bij ons, voorwaar!
In de aardse strijd, zo heilig,
houden wij dus altijd moed.
’t Anker Gods is vast en veilig,
want God is getrouw en goed.