165

Een schat, waarmee ik blij ben, die kreeg ik van de Heer,

1.
Een schat, waarmee ik blij ben, die kreeg ik van de Heer,
en heel diep in mijn harte krijg ik geluk steeds meer.
Refrein:
Ja, ’k ben nu gelukkig, tevree, van harte blij,
en God schenkt een werkelijk grote vree in mij,
:/: heerlijke, hemelse vree. :/:
2.
Mijn erfdeel in het licht is zo schoon als zonneglans,
en daarvoor prijs ’k de Here met zang en spel en dans.
3.
Mijn ziel veracht de wereld met al haar valse schijn,
en ik zing vanuit Sion: Jouw slaaf zal ’k niet meer zijn.
4.
Mijn lot in deze wereld is Jezus zelf, de Heer;
mijn loon is de gemeente, en dat die groeit steeds meer.
Geschreven door Edwin Bekkevold (gepubliceerd in 1929)Gecomponeerd door Carl ÖstTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ A