464

Gods vuur is ontstoken, ’t is opwekkingstijd

1.
Gods vuur is ontstoken, ’t is opwekkingstijd,
geloof wordt verkondigd op aard.
’t Betekent het eind van mijn moeizame strijd.
Het reikt mij een wapen, een zwaard:
Refrein:
Ik ben nu gekruisigd met Hem!
’k Wil het nogmaals betuigen met klem:
Voorbij is de twijfel, ik ga in geloof;
ik ben nu gekruisigd met Hem.
2.
De zond’ is veroordeeld, het werk is volbracht,
de weg is gebaand hier benee.
Het voorhangsel scheurde, toen ’t Lam was geslacht;
ook mijn oude mens stierf toen mee.
3.
Geprezen zij God, zijn beloften zijn waar:
voorgoed wordt de zonde gedood!
Al wat in het vlees woont, wordt nu openbaar.
De vijanden zijn mij als brood.
4.
Verzoeking, beproeving zijn daag’lijks mijn deel,
maar niets brengt mij nog van de wijs!
’k Sta vast in ’t geloof en geen dag brengt te veel.
’k Betaal nu met vreugde de prijs!
5.
De tijd die nog rest, wordt een heerlijke tijd.
Gods Geest openbaart mij zijn wil.
Ik haat nu mijn ‘ik’, ’t is een grimmige strijd,
maar ’k zal overwinnen: ’t wordt stil!
Geschreven in 1991 door André Wessels (gepubliceerd in 2007)Gecomponeerd door Jop StruikTekst en melodie © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagThe Netherlands ⋅ E