355

Laat ons God en onze Here

1.
Laat ons God en onze Here
allen saam als uit één mond
nu van harte prijzen, eren
in deez’ feestelijke stond.
Uit het modd’rig slijk der zonde
- machteloos in slavernij,
door ons ongeloof gebonden -
maakte Hij volkomen vrij.
2.
Wij, geplaatst nu in de hemel,
daar in Jezus, onze Heer,
drinken, boven ’t aards gewemel,
uit de levensbron steeds weer.
Dat geeft rijk’lijk kracht tot strijden,
tot volharden jaar na jaar,
en wij zingen allen blijde:
Gods geboden zijn niet zwaar.
3.
Ja, men hoort uit alle monden:
Niemand wordt zoals de Heer.
En men stapelt zond’ op zonde,
zet zijn huis op zandgrond neer.
Dank, van zo’n ellendig leven
hebt U, Here, ons bevrijd.
Met uw Woord als lamp en leidraad
overwinnen wij altijd.
4.
In dit vast geloofsvertrouwen
roepen wij met kracht voortaan:
“Jezus’ beeld gelijk te worden
door zijn woord - ja! dat zal gaan!”
En nu roemen wij in Christus,
die de weg heeft ingewijd,
waarop alle boeien breken
en waarop zijn Geest ons leidt!
Geschreven in 1948 door Sigurd Bratlie (gepubliceerd in 1960)Gecomponeerd door Pauli SanderTekst en melodie © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ G