420

D’ aard wordt in nachtelijk duister gehuld,

1.
D’ aard wordt in nachtelijk duister gehuld,
de tijd wordt belicht, ja, de Schrift wordt vervuld,
’t profetische woord des te vaster geacht;
weldra klinkt het roepen in ’t holst van de nacht:
Refrein:
/: Zie, daar komt de bruigom! :/
/: Ga uit, Hem ontmoeten! :/
2.
’t Eind nadert snel, ’t zal hier haast zijn gedaan.
O grijp elke kans tot verlossing dus aan.
Ja, koop nu toch olie en weef een wit kleed,
dan maak je met vreugde je lamp straks gereed.
3.
Sommigen komen beschaamd uit tot slot,
zij hebben geen leven - verborgen- in God.
Hun wanhoop is groot, want hun lamp dooft weldra:
zij kochten geen olie in tijd van gena.
4.
Breek alle banden, ja, vecht je nu vrij
en bid om een geest van verwachting daarbij.
Op grond van Gods woord werkt volharding dan uit:
je wordt uit beproeving bevrijd tot besluit.
5.
Spoedig zal boven een bruiloftsfeest zijn.
De bruid, vrij van aardse ellende en pijn,
wordt één met haar bruigom, onttrokken aan ’t leed,
want straks, als de roep klinkt, dan is zij gereed!
Geschreven in 1984 door Elihu Pedersen (gepubliceerd in 1993)Gecomponeerd door Elihu PedersenTekst en melodie © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ D