1.
Het is een wonder, een machtig wonder,
een groter wonder zag er nog geen.
Het is een wonder, meer dan een wonder:
al zijn wij velen, wij worden één.
Wij gingen onder in ’t aards gewemel,
maar ’t zelfde heil voegt ons nu tezaam.
Ons heeft verkoren God in de hemel,
tot lof en eer van zijn grote naam.
een groter wonder zag er nog geen.
Het is een wonder, meer dan een wonder:
al zijn wij velen, wij worden één.
Wij gingen onder in ’t aards gewemel,
maar ’t zelfde heil voegt ons nu tezaam.
Ons heeft verkoren God in de hemel,
tot lof en eer van zijn grote naam.
Refrein:
Ja, halleluja, ja halleluja.
Dat zingen wij nu, ondanks de strijd.
Ja halleluja, ja halleluja,
God zij geprezen in eeuwigheid.
Dat zingen wij nu, ondanks de strijd.
Ja halleluja, ja halleluja,
God zij geprezen in eeuwigheid.
2.
Het is een wonder, een machtig wonder:
van zondebanden zijn wij bevrijd.
Het is een wonder, meer dan een wonder:
dezelfde Geest drenkt ons nu altijd.
In Christus’ lichaam altijd verkeren:
in Christus’ leven, in Christus’ dood
- één van geloven en één van leren -
maakt vrij van tweedracht, schept eenheid groot.
van zondebanden zijn wij bevrijd.
Het is een wonder, meer dan een wonder:
dezelfde Geest drenkt ons nu altijd.
In Christus’ lichaam altijd verkeren:
in Christus’ leven, in Christus’ dood
- één van geloven en één van leren -
maakt vrij van tweedracht, schept eenheid groot.
3.
In de gemeente, in de gemeente
is troost, is tucht die ons samensmelt.
In de gemeente, in de gemeente,
daar horen wij wat Gods Geest vertelt:
Wie zegevierend zal overwinnen,
zal mogen wand’len in ’t witte kleed.
Wie zegevierend zal overwinnen,
hij wordt een man die van blijdschap weet.
is troost, is tucht die ons samensmelt.
In de gemeente, in de gemeente,
daar horen wij wat Gods Geest vertelt:
Wie zegevierend zal overwinnen,
zal mogen wand’len in ’t witte kleed.
Wie zegevierend zal overwinnen,
hij wordt een man die van blijdschap weet.
4.
Zie, dat is vreugde, ja, louter vreugde:
wat God gezegd heeft, is vast en waar.
Wij moeten strijden en ook wel lijden,
Gods weg met ons is toch wonderbaar.
In druk en lijden, die ons hier wachten,
ontdekken wij steeds de kracht van God.
Dat alles kunnen wij vreugde achten:
ons wacht de hemel, o heerlijk lot!
wat God gezegd heeft, is vast en waar.
Wij moeten strijden en ook wel lijden,
Gods weg met ons is toch wonderbaar.
In druk en lijden, die ons hier wachten,
ontdekken wij steeds de kracht van God.
Dat alles kunnen wij vreugde achten:
ons wacht de hemel, o heerlijk lot!