1.
Kort duurt je aardse leven,
kort duurt je lentetijd;
:/: kort duurt je strijd en lijden,
haast is de oogst een feit. :/:
kort duurt je lentetijd;
:/: kort duurt je strijd en lijden,
haast is de oogst een feit. :/:
2.
Daarom moet je niet morren,
hoe lang je strijd ook lijkt.
:/: O wees dan nu verstandig,
voordat je ’t eind bereikt! :/:
hoe lang je strijd ook lijkt.
:/: O wees dan nu verstandig,
voordat je ’t eind bereikt! :/:
3.
Wees dan de Here dankbaar,
die jou het leven geeft.
:/: Gebruik het Hem ter ere,
zolang je hier nog leeft! :/:
die jou het leven geeft.
:/: Gebruik het Hem ter ere,
zolang je hier nog leeft! :/:
4.
Kort is de tijd en kostbaar;
laat die niet zomaar gaan!
:/: Weet dat God eens zal vragen:
Wat is ermee gedaan? :/:
laat die niet zomaar gaan!
:/: Weet dat God eens zal vragen:
Wat is ermee gedaan? :/:
5.
Heb je je loop voleindigd,
laat dan je uitzicht zijn:
:/: met recht de rust te smaken,
voor eeuwig, goed en rein! :/:
laat dan je uitzicht zijn:
:/: met recht de rust te smaken,
voor eeuwig, goed en rein! :/: