1.
Leer mij rustig blijven
in uw hand, o Heer,
eens met uw behand’ling;
vorm mij meer en meer!
in uw hand, o Heer,
eens met uw behand’ling;
vorm mij meer en meer!
2.
Met volharding wand’len,
trouw en zonder vrees,
samen met de and’ren
op de weg door ’t vlees.
trouw en zonder vrees,
samen met de and’ren
op de weg door ’t vlees.
3.
Al wil ’t vlees mij hind’ren
om de weg te gaan,
ik wil in verzoeking
naast U blijven staan.
om de weg te gaan,
ik wil in verzoeking
naast U blijven staan.
4.
Alles dient ten goede,
wat U vóór mij legt;
moedig wil ’k erkennen
wat uw Woord mij zegt.
wat U vóór mij legt;
moedig wil ’k erkennen
wat uw Woord mij zegt.
5.
In dat Woord als spiegel
zie ik mijn gelaat;
’t helpt mij, dat ik niet meer
over and’ren praat!
zie ik mijn gelaat;
’t helpt mij, dat ik niet meer
over and’ren praat!