440

Een weg ligt nu open, een baan om te lopen

1.
Een weg ligt nu open, een baan om te lopen:
tot heerlijkheid baande mijn Meester het pad.
Nu volg ik van harte mijn Heer, man van smarten,
Hij voert mij naar ’t doel, naar de hemelse stad.
Zijn liefde ontstoken: mijn ketens verbroken!
’k Laat blij alles achter en ga ’t smalle pad.
Ja, ’k volg nu van harte mijn Heer, man van smarten,
Hij voert mij naar ’t doel, naar de hemelse stad.
2.
’k Wil zijn als U, Here, ’k wil met U verkeren,
mijn dierbare bruigom, mijn lust en mijn al.
Ik volg nu met vreugde vermaning tot deugden,
die ’k - trouw aan uw roepstem - gehoorzamen zal.
’k Wil alles U schenken, U wijden mijn denken,
U dienen gehoorzaam, o vorst van ’t heelal!
’k Wil zijn als U, Here, ’k wil met U verkeren,
mijn dierbare bruigom, mijn lust en mijn al.
3.
Nu wil mij de Here genade vermeren.
Door lijden tot heerlijkheid voert ook mijn pad.
Ik haat nu wat slecht is. Betrachtend wat recht is,
vergeld ik de liefde die Hij voor mij had.
Zijn Geest, mij gegeven, wijst mij in mijn leven
de weg der verneed’ring die Jezus betrad.
Ja, ’k volg Hem van harte, mijn Heer, man van smarten,
zijn Koninkrijk binnen, de hemelse stad!
Geschreven in 1971 door Len Hines (gepubliceerd in 2007)Tekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagEngland ⋅ F