172

De Here is mijn herder

1.
De Here is mijn herder,
en niets ontbreekt mij meer, want Hij
nam al mijn zorg en lasten
geheel en al op zich voor mij.
Hij doet mij nederliggen
in weiden, fris en groen,
leidt mij aan rustig water,
om mij slechts wel te doen.
Hij laaft mijn ziel, Hij wijst mij
’t pad der gerechtigheid.
Daar kan ik veilig lopen,
gelukkig en bevrijd.
2.
Al ben ik ook verlaten
en moet ik door een duister dal,
ik vrees geen kwaad en weet dat
ik zelfs de dood niet vrezen zal.
Want U die mij verloste
en eeuwig leven gaf,
gaat met mij mee en troost mij
toch met uw stok en staf.
U nodigt mij aan tafel
juist voor ’t vijandig oog,
en schenkt mij rijke gaven,
genade van omhoog.
3.
U zalft met vreugdeolie
mijn hoofd, en doet mij altijd goed.
Nu vloeit mijn beker over,
U zegent mij in overvloed.
Genade en ontferming
schenkt U mij waar ik ga
en al mijn levensdagen
jaagt mij het goede na.
In Gods huis zal ik wonen
altijd naar hartelust.
Hier strijd ik vol verlangen;
daar krijg ik eeuwig rust.
Geschreven door Ragnhild Backe (gepubliceerd in 1929)Gecomponeerd door Ludvig M. LindemannTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ D