1.
Laat je door God toch behouden,
heb ’t oordeel lief, dat Hij biedt
over ons menselijk wezen!
Oordeel jezelf, spaar je niet!
heb ’t oordeel lief, dat Hij biedt
over ons menselijk wezen!
Oordeel jezelf, spaar je niet!
Refrein:
Laat je verlossen!
Nog is er groei in het licht
door ’t eigen leven te haten.
Kom nu bij God in ’t gericht!
Nog is er groei in het licht
door ’t eigen leven te haten.
Kom nu bij God in ’t gericht!
2.
Zie, hoe gezegend de broeders
spreken, door Gods Geest geleid!
Kun je je daarin verheugen,
of merk je afgunst en nijd?
spreken, door Gods Geest geleid!
Kun je je daarin verheugen,
of merk je afgunst en nijd?
3.
Denk je met trots aan al ’t grote
dat God door jou heeft gedaan?
Bleef soms bij ’t helpen en dienen
ook ’t oude leven bestaan?
dat God door jou heeft gedaan?
Bleef soms bij ’t helpen en dienen
ook ’t oude leven bestaan?
4.
Voel je je soms slecht behandeld,
wees daarvan niet overstuur.
Ons eigen leven te haten
brengt goddelijke natuur!
wees daarvan niet overstuur.
Ons eigen leven te haten
brengt goddelijke natuur!
5.
Levende hoop moet ons drijven.
Kom, ga de renbaan nu in!
Nog is de prijs te behalen;
loop dan zo dat je die wint!
Kom, ga de renbaan nu in!
Nog is de prijs te behalen;
loop dan zo dat je die wint!