1.
Zie je thuis, je ware thuis,
’t is Gods tempel! Op naar huis!
Daar ligt onze hoop alleen;
zelf zijn wij daarin een steen.
’t is Gods tempel! Op naar huis!
Daar ligt onze hoop alleen;
zelf zijn wij daarin een steen.
Refrein:
O hoe heerlijk! Straks zijn wij
tot in eeuwigheid daarbij!
In het levenslicht bij Hem
in het nieuw Jeruzalem!
tot in eeuwigheid daarbij!
In het levenslicht bij Hem
in het nieuw Jeruzalem!
2.
Alles zinkt erbij in ’t niet
als je daar je Redder ziet.
En dat nieuw Jeruzalem
is zijn lichaam: wij in Hem!
als je daar je Redder ziet.
En dat nieuw Jeruzalem
is zijn lichaam: wij in Hem!
3.
Christus en zijn lichaam is
wel een groot geheimenis,
eeuwenlang verborgen, maar
nu voor ons is ’t openbaar.
wel een groot geheimenis,
eeuwenlang verborgen, maar
nu voor ons is ’t openbaar.
4.
Wat wordt dat een prachtgebouw,
d’ eeuwen door gebouwd in trouw,
in verheven praal en pracht
door Gods wijsheid uitgedacht!
d’ eeuwen door gebouwd in trouw,
in verheven praal en pracht
door Gods wijsheid uitgedacht!
5.
Deze stad is voor altijd
vol van Jezus’ heerlijkheid
tempel Gods in eeuwigheid,
tot zijn lof en eer bereid!
vol van Jezus’ heerlijkheid
tempel Gods in eeuwigheid,
tot zijn lof en eer bereid!