1.
Wie wil moedig met ons strijden,
pal voor waarheid staan?
Wie wil binnengaan in ’t lijden,
ja, wie durft de vijand aan?
Zie, hoe is de nood gestegen,
velen hongeren naar brood.
Satan heeft de macht verkregen
en op aarde heerst de dood.
pal voor waarheid staan?
Wie wil binnengaan in ’t lijden,
ja, wie durft de vijand aan?
Zie, hoe is de nood gestegen,
velen hongeren naar brood.
Satan heeft de macht verkregen
en op aarde heerst de dood.
Refrein:
/: Ik wil ’t woord van ’t kruis verkonden
aan wie in de zonde ligt,
tot hij niet meer is gebonden,
want het einde is in zicht. :/
aan wie in de zonde ligt,
tot hij niet meer is gebonden,
want het einde is in zicht. :/
2.
Wie wil mee het licht verspreiden
in de donk’re nacht?
Wie wil vele zielen leiden
tot de rots van eeuw’ge kracht?
’s Heren wegen liggen woest en braak,
bijna geen die daarop treedt.
Laten wij - dat is een grootse taak-
roepen, wie de weg niet weet.
in de donk’re nacht?
Wie wil vele zielen leiden
tot de rots van eeuw’ge kracht?
’s Heren wegen liggen woest en braak,
bijna geen die daarop treedt.
Laten wij - dat is een grootse taak-
roepen, wie de weg niet weet.
3.
Wie wil nu van ijver gloeien,
vijanden verslaan?
Wie wil alle kwaad uitroeien,
wie de satan wederstaan?
Jezus is aan onze zijde,
wie is dan toch nog bevreesd?
Broeders, kom en laat ons strijden,
overwinnen door zijn Geest!
vijanden verslaan?
Wie wil alle kwaad uitroeien,
wie de satan wederstaan?
Jezus is aan onze zijde,
wie is dan toch nog bevreesd?
Broeders, kom en laat ons strijden,
overwinnen door zijn Geest!
4.
Wie trekt moedig uit ten strijde?
Wie dient, smett’loos rein,
de gemeente t’ allen tijde?
Wie wil trouw Gods dienaar zijn?
Christus’ lichaam hier beneden
groeit nu op: een geest’lijk huis.
Nu gaat God ons samensmeden:
eenheid door de kracht van ’t kruis!
Wie dient, smett’loos rein,
de gemeente t’ allen tijde?
Wie wil trouw Gods dienaar zijn?
Christus’ lichaam hier beneden
groeit nu op: een geest’lijk huis.
Nu gaat God ons samensmeden:
eenheid door de kracht van ’t kruis!